Skip to Content

Review in Opduvel

Published: June 28, 2017
Tags: esc.rec.55, Press

PREVIOUS
NEXT
RANDOM

Plan Kruutntoone – Wat Doen De Handen
Review in Opduvel:

Al sinds 1991 maakt het Groningse Plan Kruutntoone een volstrekt eigenzinnig soort popmuziek. De band is wars van trends en effectbejag en lijkt in het geheel geen moeite te doen om zijn muziek aan te passen aan de wensen van de luisteraar. Dat is maar goed, want ook de nieuwe, vijfde plaat wat doen de handen (zonder hoofdletters) is een eigengereid pareltje dat langzaam bezit van je neemt om daarna rond te blijven spoken in je hoofd.

Dat komt deels door de teksten en de voordracht. Voor die teksten put Hans Visser uit het werk van Samuel Beckett (1906-1989), meer specifiek uit Comment c’est, oorspronkelijk uit 1961 en vertaald door F.C. Kuipers in 1968. Visser levert ook zelf teksten aan voor dit album. De Nederlandstalige teksten hebben een poëtische kracht, werken bevreemdend en getuigen niet van optimisme, hoewel de woorden en zinnen niet per se pessimistisch zijn. De melancholieke stemming die wordt opgeroepen, wordt ook veroorzaakt door de manier waarop Visser voordraagt: droog, zonder opsmuk, zonder hoop, berustend maar niet zonder emotie. Een enkele keer verheft hij zijn stem en dan komen de woorden hard binnen bij de luisteraar. Elk woord is zorgvuldig afgewogen en raak.

Plan Kruutntoone slaagt erin proza en poëzie op muziek te zetten, zonder dat het een moment gekunsteld of potsierlijk overkomt. Er is geen sprake van een muzikale omlijsting van de gesproken teksten. Nee, de muziek staat op zichzelf, maar de sobere muzikale aanpak geeft Visser wel alle ruimte om zijn woorden uit te spreken.

Er is op het album ook plaats voor langere instrumentale gedeelten. Visser speelt gitaar en zelfgebouwde banjo, Bas Alblas speelt bas en Chris Muller drums. Het muzikale minimalisme van het vorige album als alles er af is, is in versterkte mate terug te horen op de nieuwe plaat. De bescheidenheid die de muziek lijkt uit te stralen, is echter schijn.

Het spel van de Groningers is nooit voorspelbaar en nooit wordt alleen maar recht vooruit gemusiceerd. Echte songstructuren zijn er niet, maar de muziek is ook niet structuurloos. Een goed voorbeeld daarvan is ‘litanie (de witte ruimten zijn de gaten)’, waarop bas en gitaar ieder een eigen richting kiezen en het slagwerk ook een vrije rol heeft. Het wringt en het schuurt soms, maar het klopt allemaal. Er is wel sprake van ritme, maar niet van het voorspelbare soort. De bewegingsvrijheid van de instrumenten intrigeert, misschien wel doordat het even duurt voordat de muzikale patronen in het hoofd van de luisteraar op hun plaats vallen.

De afgelopen jaren studeerde Visser compositie en raakte hij geïnteresseerd in het werk van de Hongaarse, in Servië woonachtige componist Ernö Király (1919–2007). Hij noemde zelfs een eigen werk voor strijkkwartet naar deze componist en drie delen uit dat werk, uitgevoerd door Strijkkwartet Ravivo, zijn te horen op wat doen de handen. Je zou kunnen verwachten dat daarmee een stijlbreuk wordt gecreëerd die de plaat een fragmentarisch karakter geeft, maar niets is minder waar. De stukken voor strijkkwartet worden niet geïntegreerd in de muziek van het trio (hoewel Visser in ‘strijk 4/constant gejaag’ een tekst declameert’), maar passen perfect in het muzikale geheel. ‘Strijk 4, 2 en 5’ hebben dezelfde melancholieke stemming als de muziek van het trio en fungeren niet als opvulling of aanvulling, maar zijn onlosmakelijk verbonden met de overige stukken op de plaat.

In ‘broodreeks’ is het dominante instrument de banjo. De kalmte van dat stuk staat in contrast tot het experimentele ‘constant gejaag, electrisch’. Er is pas echt sprake van een ontlading in het lange ‘beckett en het meisje (bij de mensen blijven)’, dat rustig begint met banjospel en voorzichtig opererend slagwerk, maar na ruim drie minuten omslaat door tegendraads gitaarspel, dwingende slagen op de snaredrum en vrij spel op de bekkens. De voordracht wordt emotioneel, onrustig, gejaagd. De tekst intrigeert. ‘vergeefs gebed om slaap’, tot slot, is muzikaal één brok onderhuidse spanning, zonder verlossing.

De muziek die Plan Kruutntoone op wat doen de handen maakt is niet veilig, biedt je als luisteraar bijna geen houvast, geen vaste grond onder voeten. De Groningers slagen erin op geheel eigen wijze te fascineren. Tekstflarden schieten door je hoofd. Het trio roept of lokt je niet, daarvoor is de muziek veel te eigenwijs, maar verleidt je tergend langzaam, laat je hunkeren naar meer, waardoor je blijft terugkeren naar deze wonderbaarlijk mooie plaat waarvan je steeds meer gaat houden.

No comments yet.