Skip to Content

Review in Gonzo (circus)

"Fraai is het contrast tussen het mellow, jazzy sfeertje van ‘Journey’, dat botst met de stemsamples die kalm vertellen over een wreed politieoptreden." --- "De percussie is dwingend, venijnig. De muzikant stapelt en verweeft de loops tot ritmische patronen of dichte texturen."

Published: October 25, 2018
Tags: esc.rec.57, esc.rec.58, Press

PREVIOUS
NEXT
RANDOM

Julian Winter – Cutting Rooms
Warm Stranger – Burning Ghost Triptych
Review by Robert Muis in Gonzo Circus:

De Duitse artiest Julian Winter lijkt op ‘Cutting Rooms’ een spelletje met de luisteraar te willen spelen. Alsof hij heeft rondgeneusd in de montagekamer (cutting room) van een filmarchief, er wat losse stukken geluidsband van de vloer en uit hoeken van de ruimte heeft verzameld, om die te verwerken in negen nummers. Rara, van welke films hoor je nu een fragment? Winter heeft het goed gedaan: vaak zijn de dialoogfragmenten gegroepeerd tot ‘het onderwerp’ van een nummer. Hij bouwt de nummers op met percussie (van zowel drums als gebruiksvoorwerpen), een batterij aan gitaren en synthesizerklanken en effecten uit de computer, waar de samples uit (oude) films worden ingebed. Er zijn bijdragen collega’s, zoals Dorothé Ru op klarinet en Moritz Linkop trombone. Het gebruik van de dialoog-samples werkt verschillend: in ‘Comprime’ klinken ze als poëtische spoken word, in ‘Weihnacht’ zet Winter de samples ritmisch in. Fraai is het contrast tussen het mellow, jazzy sfeertje van ‘Journey’ (met trompet en gitaar), dat botst met de stemsamples die kalm vertellen over een wreed politieoptreden. Over het algemeen klinkt ‘Cutting Rooms’ luchtig, met een vrolijk huppelend deuntje of een aangenaam lounge-achtige sfeer. Een vakkundig gemaakt album, maar indrukwekkender vind ik het eveneens bij Esc.rec verschenen ‘Burning Ghost Triptych’ van Warm Stranger, alias van de Australische elektronicamuzikant James Annesley. Zoals de titel suggereert zijn de eerste drie nummers van (de vier op) het album een afrekening met de (psychische) geesten die een mens kunnen kwellen. De basis van de nummers zijn loops van oude cassettes en schellak platen, wat een hoop kraak en ruis betekent. Dit vult Warm Stranger aan met analoge drums en digitale bewerkingen. De percussie is dwingend, venijnig. De muzikant stapelt en verweeft de loops tot ritmische patronen of dichte texturen. Met daarbij ook nog losse terugkerende klanken, fluitende tonen en stemsamples creëert hij een akoestisch oerwoud: donker, licht onheilspellend en onontkoombaar. In het derde deel, ‘Burning Ghost Dance’, vormen handgeklap en een Oriëntaals aandoend snaarriffje de geluste basis. Ook hier weer die venijnige, echoënde klap, wisselende hoge en lage tonen en geratel en gekraak, waarin de trilogie eindigt. Daarop volgt nog ‘Neu’, dat in techniek niet afwijkt maar waarbij voor- en achtergrond lijken omgekeerd. Percussie galmt hier vanuit een verte, terwijl nabij een ratelen als van regen op een harde ondergrond klinkt. Na de prachtige duiveluitdrijving een relatief rustige (berustende) afsluiter van dit alleszins sfeervolle, enigszins donkere album.

No comments yet.